|
5 juli 2006


’s Ochtends moesten we om 8.45 op parkeerplaats
Kaldeborn zijn.
Daar vertrokken we richting het Caumerbeekdal. We waren
met een stuk of 16 kinderen.
En 2 begeleiders, Opperuul Ger en José. Ons eerste spel
was touwtrekken. We deden dit met het klimtouw van Ger. We waren redelijk
tegen elkaar opgewassen, want elke partij had een keer gewonnen. Daarna
deden we nog een spelletje. in de zelfde teams moesten we 5 dieren bedenken
en die zonder geluid uitbeelden. Het ging bij alle kinderen heel erg goed.
Daarna gingen we weer op pad. Het duurde wel wat
langer, want we moesten een paar plaspauzes inlassen. Toen alle plaspauzes
gepleegd waren gingen we weer op pad. Op een gegeven moment kregen Bart en
nog twee andere jongens uitslag. Het bleek dat ze ergens allergies voor
waren. José ging meteen naar huis om daar medicijnen te halen. Ondertussen
ging Ger en de andere Uulkes naar een stromend beekje. Daar probeerden de
jongens en enkele meisjes een dam te bouwen. Het was best goed gelukt, maar
de beek lag nog niet stil.

Ondertussen hebben de andere meisjes een stukje
verderop een dam gemaakt.
Die was een heel stuk beter. Ondertussen werd er ook
brood en snoep gegeten. Op een gegeven moment kwam José terug met de
medicijnen voor de kinderen die hooikoorts hadden. Daarna gingen we weer op
pad, nadat we de dammen kapot hadden gemaakt. Toen zochten we een geschikte
plek, onder brandnetels en met schaduw, om te lunchen. Nadat iedereen zijn
buikje vol had gegeten, gingen we het vleermuis-mottenspel doen. Het leek
een beetje op blindemannetje,
Maar de motten moesten in een kring stil blijven staan.
Later mocht je wel lopen.
We gingen verder. Uiteindelijk kwamen we bij een soort
gat waar we hebben gepauzeerd. Sommige kinderen speelden met Pluisje, de
hond van Anneke. Toen zijn we naar een boerderij gegaan om een aantal dieren
te bekijken en om te zien wat de boer op zijn land verbouwd. Daarna zijn er
een paar kinderen naar het toilet gegaan en werden de flessen nog eens
gevuld met water. We gingen terug via het bos en hebben nog een aantal
dingen gedaan.
Opeens zei Ger: ‘alle rugzakken hier neerleggen. We
gaan vleermuizen nadoen en dat betekend dus dat we geblinddoekt worden, en
dat we met andere zintuigen moeten werken.

Dat was best leuk. Je was geblinddoekt en je partner
moest je ergens naar toe leiden. Dan liet hij/zij je ergens aan voelen,
bijvoorbeeld een bloem of plant. Daarna werd je naar een andere plek
gebracht en moest je vertellen waar je geweest was en wat je had aangeraakt.
Toen we er genoeg van hadden stelde de opperuul voor om een grote
familieschommel te gaan maken met het klimtouw dat hij bij zich had. De
kinderen stelden voor om op elkaar te gaan staan. Uiteindelijk kwamen we
(eigenlijk Ger) erop om het touw in de boom te gooien. Ger had het voor
gedaan. Bij de andere boom lukt dat niet. Na veel discussiëren had José
gevraagd: ‘Iris, je kunt heel goed klimmen, zou je met behulp van mij ervoor
kunnen zorgen dat, dat touw in de boom komt?’ uiteindelijk was het touw door
Iris in de boom.

Toen hadden we om de beurt kunstjes uitgehaald en
hadden we ook nog geschommeld. Daarna hadden we het touw uit de bomen
gehaald en zijn richting een tweede beekje gegaan.
Daar hebben we van hout vlotjes gebouwd die we door de
tunnel lieten drijven.

We deden wedstrijdjes wiens bootje het snelst door de
buizen kon drijven. Op een gegeven moment was er een opstopping in een van
de buizen. Bas kwam op het idee om sluizen te maken. Zo kwam er toch genoeg
water in beide buizen. Toen we juist heel fijn aan het spelen waren begon
het een beetje te onweren. Toen zijn we terug naar de parkeerplaats gegaan.

Helaas was het einde van een hele leuke dagtrip.

Iris
en Lotte
Heb je ook zin in zo’n leuk avontuur, ga dan naar de
website van de velduulkes.
E
|